Irrationele invloeden, deel 4: hoe kosten-baten denkfouten vermijden?

Een rationele ethiek bestaat uit het hebben van accurate overtuigingen die ons helpen bij het kiezen van effectieve middelen om onze consistente doelen te bereiken. We spreken dan van epistemische rationaliteit (hoe goed is onze kennis van de wereld?), instrumentele rationaliteit (hoe goed zijn onze middelen?) en axiologische rationaliteit (hoe goed zijn onze doelen of waarden?). Maar telkens zijn er irrationele invloeden die ons parten spelen, zoals verstorende emoties en gedachtepatronen (spontane denkfouten, hardnekkige vooroordelen en morele illusies).

In dit vierde deel behandel ik de invloed van foutieve denkpatronen op instrumentele rationaliteit. Bij het kiezen van middelen om onze doelen te bereiken, wegen we vaak de kosten en baten niet goed af. Soms overschatten we de kosten, soms onderschatten we de baten. De kosten vormen de input die nodig is om een doel te bereiken: bijvoorbeeld geld, tijd en energie. Dat zijn schaarse middelen. De baten vormen de output, hoeveel goeds wordt gerealiseerd, hoeveel schade en risico’s worden vermeden.

Hier volgen enkele voorbeelden hoe we correctere input-output inschattingen of kosten-batenanalyses kunnen maken.

  1. Vergelijk verschillende inputs. Je doelen zijn vaak moeilijk onderling vergelijkbaar, maar de middelen om die doelen te bereiken zijn vaak wel onderling vergelijkbaar. Net zoals kapitaal en arbeid twee productiefactoren zijn die een ondernemer moet afwegen, zo zijn tijd en geld twee kostenfactoren die je kunt vergelijken: hoeveel euro is een uur waard? Stel je moet een werkje doen van een uur. Dat werk is neutraal: noch aangenaam, noch onaangenaam. Hoeveel ben je bereid te betalen voor bijvoorbeeld een machine zodat je dat werk niet moet doen? Stel je hebt een kortingsbon voor een bepaalde aankoop, maar je moet daarvoor wel iets langer in de rij wachten of naar een iets verdere winkel gaan. Hoeveel wacht- of reistijd ben je bereid te nemen voor die korting? Stel je bent op zoek naar werk, wat is dan je minimumloon waarvoor je nog net bereid bent om een neutraal werk te doen? Stel dat de bus een euro goedkoper is dan de trein maar wel iets trager rijdt, hoeveel minuten ben je bereid om extra onderweg te zijn? Het onderling vergelijken van verschillende kostenfactoren zoals tijd, geld, risico’s en inspanning, helpt je bij het kiezen van een betere, efficiëntere verdeling van die kostenfactoren. Let op: bij het vergelijken van kostenfactoren speelt de formulering een rol. Zie hier voor het endowment effect en hoe dat te vermijden door reframing (bijvoorbeeld door de andere optie als de referentie of standaardkeuze te nemen).
  2. Bereken verschillen in plaats van verhoudingen (ratio’s) en absolute waarden in plaats van relatieve waarden. Vaak worden risico’s uitgedrukt in relatieve waarden of percentages, maar die zijn minder informatief. Wat betekent een toename van een risico op een dodelijke ziekte met 10%? Het hangt ervan af hoe groot het initiële risico op die ziekte is. Als er 10 mensen aan stierven, dan leidt een 10% toename tot één extra dode, maar als er 100 mensen aan stierven, dan zouden er door die toename 10 extra mensen sterven. Denken in termen van verhoudingen en relatieve percentages resulteert in een omvangverwaarlozing (scope neglect). Het verschil tussen het redden van 10 levens in plaats van 1 leven lijkt relevanter dan het verschil tussen het redden van 110 in plaats van 101 levens, maar in absolute termen gaat het telkens om 9 extra geredde levens. We zijn vaak misleid door de verhouding (10 gedeeld door 1 is groter dan 110 gedeeld door 101). Een gelijkaardig fenomeen zien we bij temporele verdiscontering (hyperbolic discounting). Stel je hebt vandaag de keuze tussen een beloning morgen of een iets grotere beloning over 10 dagen. Dan kies je misschien de kleinere beloning morgen. Maar als je vandaag de keuze hebt tussen diezelfde beloning over 100 dagen versus die iets grotere beloning over 110 dagen, dan kies je misschien de grotere beloning, hoewel het dezelfde keuze betreft, maar dan 100 dagen opgeschoven in de tijd. Deze tijdsinconsistentie komt omdat we de tijdsintervallen beschouwen als verhoudingen: 10 dagen ten opzichte van 1 dag lijkt groter dan 110 dagen ten opzichte van 100.
  3. Vergelijk de situatie met andere situaties waar je minder snel aan denkt maar die ook een minstens zo grote impact hebben. Vaak hebben we irrationele angsten: voor het ene risico voelen we meer schrik dan voor een ander, gevaarlijker risico. Dat komt omdat dat eerste risico herkenbaarder is (bijvoorbeeld meer in de media verschijnt) of sneller in onze gedachte opkomt. Dit fenomeen staat bekend als de beschikbaarheidsheuristiek (availability heuristic). Een extreem voorbeeld van irrationele angst, is het verschil tussen terrorisme en carnisme: het risico om te sterven door een aanslag versus het risico om te sterven door het eten van vlees. Een ander voorbeeld is de keuze voor duurdere biovoeding uit angst voor gezondheidsrisico’s van synthetische pesticidenresidu’s op gangbare voeding. Die gezondheidsrisico’s kunnen we vergelijken met bijvoorbeeld de risico’s van een aantal kilometer fietsen, met de vraag of men dan ook bereid is zoveel extra te betalen voor veiligere wegen voor fietsers. Indien die betalingsbereidheid lager is, dan is de keuze voor duurdere biovoeding omwille van gezondheidsredenen irrationeel.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s